In de stad huist de warmte. De troostende gesprekken in cafés. De vriendinnenavonden aan tafel. Het vrijen met een net ontmoet iemand op de bank terwijl de lichtjes in een flatgebouw op schitteren staan. En in de kilte van de weilanden ver daar vandaan staan Rumze, Beets en Ellen. De regen slaat hun wangen warm. De wind blaast de ogen tot tranen.
Boer Rumze en zijn stagiair Beets leven het leven zoals het zich aandient. Wakker worden bij zonsopgang, werken tot ze dampen en rusten bij het donker worden. Samen delen ze Ellen, een meisje van verderop. En de rest doet er niet toe. Soms hebben ze seks. Als de behoefte er is. Eerst de ene, dan de ander. En dan praten ze wat daarna. Over gisteren of morgen. We zijn getuige van de driehoeksverhouding van beide mannen, de ene jong, de andere oud, met het meisje Ellen. Een meisje dat hen wel aardig vindt, maar zichzelf en de wereld niet kent en haar weg nog niet weet te vinden. Tot ze de stad bezoekt. En het weer begint om te slaan. Lucinde is een weerbarstig maar intiem portret van drie zielen die de liefde niet herkennen. Niet in zichzelf. Niet in de ander.