`De Opportunist` schetst de opkomst en ondergang van Het Noord-Hollandsch Tooneel (NHT), een Haarlems gezelschap dat zich in de Tweede Wereldoorlog manifesteert als nationaalsocialistische toneelgroep. Aanvankelijk floreert het `foute` gezelschap door torenhoge subsidies van de Duitsgezinde NSB-regering. Het NHT wil, de `Blut und Boden`-filosofie indachtig, `afrekenen met het zielloze veramerikaniseerde amusementstoneel en volkseigen en raszuivere stukken spelen`. Onderlinge ruzies, opportunisme, artistiek onvermogen en financieel wanbeheer luiden echter de teloorgang van het gezelschap in. De kritiek is genadeloos en het publiek blijft thuis.
Dat dit nieuwe stuk naast de uitermate schrijnende kanten ook lachwekkende elementen kent, mag verwacht worden. De underdog, in welke hoedanigheid ook, is immers altijd in goede handen bij Het Volk.