Het publiek zit om een thaiboksring. In de ring vecht een jonge bokser met zijn demonen: met de schim van zijn overleden vader, met de schaduw van de straat, met zijn vrienden van vroeger, met de verzengende kracht van het meisje achter de bar. In de zevende ronde gaat hij knock-out. De scheidsrechter telt af. Als de jongen overeind komt, zijn de demonen verdwenen. Het meisje achter de bar glimlacht.